• België… De Amerika van Europa..

  • Niet de meest brute politieauto’s, maar in Turkije rijden ze rond met Nissan Jukes en Mini Coopers. Toch leuk om te zien 🙂

    )

    )

  • RSN wrote a new post, V-motor, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==V-motor==
    Een V-motor is een type verbrandingsmotor met als kenmerk dat twee cilinders of rijen cilinders in een “V”-vorm ten opzichte van elkaar en van de krukas staan.

    ==Toepassing==

    V-motoren worden vooral toegepast in voertuigen waarin ruimte een rol speelt. Door de cilinders schuin tegenover elkaar te zetten neemt een V-motor minder ruimte in dan een lijn- of boxermotor met dezelfde cilinderinhoud. Bovendien worden de motortrillingen minder: de krukas wordt korter, waardoor hierin minder torsie optreedt. In auto’s krijgen de drijfstangen van twee tegenover elkaar liggende cilinders meestal een gezamenlijke kruktap, waardoor nog meer ruimte wordt bespaard. De tweecilinder V-motoren van Japanse motorfietsen krijgen vaak afzonderlijke (verzette) kruktappen om de ontsteking gelijkmatiger te laten verlopen.

    Niet elk type V-motor loopt van nature rustig en gelijkmatig. Eigenlijk mag alleen van V-motoren met 8, 12 en 16 cilinders verwacht worden dat ze zonder veel vibraties draaien. In V-motoren met een ander aantal zuigers (bijvoorbeeld 2, 4, 6 of 10) worden over het algemeen een of meer balansassen toegepast om de ongewenste trillingen te reduceren.

    De hoek tussen de twee rijen cilinders van de V-motor verschilt van motor tot motor. Onder andere het aantal cilinders en de cilinderinhoud zorgt ervoor dat er voor vrijwel elke V-motor een optimale hoek is waaronder deze het mooist loopt. Het gros van de motoren heeft een hoek tussen de 60° en 90°, maar de hoeken kunnen variëren tussen de 15° (een VR-motor van Volkswagen) en 120° (bijv. de zeer zeldzame Moto Guzzi V-8 wegracer uit de jaren vijftig).

    ==Configuratie==

    De configuratie van de V-motoren wordt normaal gesproken aangeduid met V#, waarbij # het aantal cilinders aangeeft:

    * V-twin
    * V3 *(Honda tweetakt racers)
    * V4
    * V5
    * V6
    * V8
    * V10
    * V12
    * V16
    * V18
    * V20
    * V24

    Trivia

    In zeldzame gevallen krijgen de beide cilinderrijen een eigen krukas, men spreekt dan van een W-motor, deze term wordt echter ook voor motoren met drie of vier rijen cilinders gebruikt.

    Boxermotoren worden ten onrecht ook wel 180º V-motoren genoemd. Er is namelijk een verschil: bij een boxermotor bewegen twee tegenover elkaar liggende zuigers in tegengestelde richting (dus naar elkaar toe of van elkaar af) en delen ze niet één krukastap. Bij een 180º V-motor hebben twee tegenover elkaar gelegen zuigers wel één krukas tap en bewegen ze in dezelfde richting….

  • RSN wrote a new post, Dieselmotor, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Dieselmotor==
    Een dieselmotor is een zuigermotor die werkt volgens het principe van zelfontbranding. Het wordt ook wel luchtcomprimerende motor genoemd, omdat de lucht die nodig is voor de verbranding eerst door de zuiger in de cilinder wordt gecomprimeerd, waarna de brandstof ingespoten wordt. De lucht die ten gevolge van de samenpersing sterk verhit is, doet de de brandstof dan spontaan ontbranden.

    ==Geschiedenis==

    Het dieselprincipe is uitgevonden in 1892 door Rudolf Diesel. In 1897 werd door Moritz Schröter de eerste dieselmotor afgenomen bij Maschinenfabrik Augsburg.[1] Diesel had zich gebaseerd op het Carnot-proces. Hij wees het Otto-proces af vanwege de problemen met klopverschijnselen bij hogere compressieverhoudingen. Hij gaf er de voorkeur aan alleen de lucht comprimeren en pas daarna de brandstof injecteren, waardoor veel hogere drukken bereikt konden worden dan bij het Otto-proces.[2]

    Bruikbaar voor de automobielindustrie werd de dieselmotor pas na ontwikkeling van de inspuitpomp door Robert Bosch. Door deze inspuitpomp die naar zijn uitvinder soms ook boschpomp wordt genoemd, konden toerental en opbrengst door middel van een regulateur naar wens worden ingesteld. Tot dan konden diesels alleen draaien met een vast toerental, waardoor ze alleen geschikt waren voor stationaire toepassingen, zoals in de mijnbouw. Sinds de toepassing van de inspuitpomp en de oplossing van betrouwbaarheidsproblemen, is de verbreiding van de dieselmotor in voertuigen steeds nauw verbonden geweest met het succes dat ingenieurs boekten bij het onschadelijk maken van de inherente nadelen van dit motortype. Naarmate het gewicht van de motor teruggebracht werd, en trillingen en lawaai ingeperkt werden, verspreidde de diesel zich in steeds kleinere voertuigtypen: van vrachtwagen tot grote personenwagen, en vanaf de jaren zeventig in kleine personenauto’s. Hoewel Peugeot al veel langer kleine diesels produceerde, wordt de Volkswagen Golf Diesel uit 1976 beschouwd als een mijlpaal in deze ontwikkeling. De motor van deze auto was als eerste licht, krachtig en stil genoeg om de leidende positie van de mengselmotor in de markt voor compacte auto’s serieus te bedreigen.
    ===Historie van de personenwagendiesel===

    In de jaren ’20 was de hoofdreden voor de toepassing van een dieselmotor de economische waarde. Het constante lawaai van verrichting, de trillingen, en de aanvankelijk beperkte motorprestaties maakte het succes van de eerste dieselmotor in vrachtwagens zeer minimaal.

    Aan het begin van de jaren ’30 probeerden de Duitse ingenieurs nog om de betrouwbaarheidsproblemen van de dieselmotor op te lossen. De hoge compressie en andere beperkingen van de dieselmotoren dwongen de Duitsers om de lagers, de krukas en de zuigers groter uit te voeren in vergelijking met een benzinemotor van gelijk volume. De Duitse ingenieurs konden het bruikbaar aantal toeren niet verhogen zonder de aantasting van de levensduur van de motor.

    In 1926 rustte Daimler-Benz zijn vrachtwagens uit met een dieselmotor met zes cilinders die 1300 toeren per minuut kon draaien, terwijl een viercilinder diesel, die van nature een onrustiger loop heeft, slechts 1000 t/min bereikte. Het was toen nog niet mogelijk om verder te gaan. Daarvoor was de uitvinding van de lichtere Mahle zuigers en de Bosch injectiepompen nodig om 2000 t/min en later een bruikbare 2800 t/min met 82 PK in het jaar 1933 te bereiken met een zescilinder motor. In die tijd echter, kon het chassis van een relatief lichte personenauto de trillingen niet verwerken die door deze zware motoren werden gegenereerd.

    In november 1934 beslisten de ingenieurs van Mercedes om de verdere ontwikkeling op dieselmotoren met vier cilinders te concentreren. Ze slaagden erin om de trillingen te verminderen door de verbrandingskamers te herontwerpen en verbeterden de motoroutput door het zijklepprincipe te verlaten en een kopklepmotor te ontwikkelen. Het resultaat was een dieselmotor die 45 PK bij een toerental van 3200 t/min ontwikkelde, met een verbruik van slechts 9,5 l/100 km (tegen 13 l/100 km voor de standaard viercilinder motoren uit die tijd). Derhalve kon de motor in het chassis van de Mercedes 200 taxi worden geïnstalleerd. De duizenden kilometers die daarmee tot 1935 werden gereisd, bewezen spoedig de zuinigheid en betrouwbaarheid van deze diesel. Dit was genoeg om de interesse van particulieren te wekken. In 1936 kwam Mercedes aan deze vraag tegemoet met een passagiersversie, de Mercedes-Benz 260D, waarbij 260 naar de cilinderinhoud en D naar het dieselprincipe verwijst. In 1936 stelden de Franse autofabrikanten Peugeot en Citroën gelijkwaardige, lichte dieselauto’s voor, echter slechts bedrijfswagens en taxi’s. In Frankrijk ontwikkelde Peugeot in 1938 een dieselversie van de Peugeot 402, maar door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is dit type nooit op de markt gekomen. In 1959 probeerde Peugeot het opnieuw met een 1,8 liter dieselmotor voor de Peugeot 403. Hoewel Fiat in 1953 al een Fiat 1400 met dieselmotor op de markt bracht, werd de dieselmarkt voor personenwagens tot de jaren zeventig volledig gedomineerd door Mercedes-Benz en Peugeot. In 1972 kwam Opel met een 2,1 liter dieselmotor voor de Opel Rekord. In de jaren daarop kwamen ook andere autofabrikanten met dieselmotoren.

    De Audi R10 werd in 2006 winnaar van de 24 uur van Le Mans, de eerste overwinning van een door een dieselmotor aangedreven raceauto.
    ==Werkingsprincipe==

    Een dieselmotor is gewoonlijk een motor volgens het zuigerprincipe, waarbij een ontbrandend mengsel in een cilinder uitzet en zo de zuiger in de cilinder naar beneden drukt. Ook andere motortypen kunnen gebruik maken van zelfontbranding, zo heeft Rolls-Royce in de jaren zestig en zeventig geëxperimenteerd met wankel-diesels.[3] Ook in ramjets wordt lucht samengeperst en van brandstof voorzien zodat het mengsel spontaan ontbrandt. De ramjet wordt echter als een aparte categorie beschouwd, en wankel-diesels zijn nooit in serieproductie gegaan. In het vervolg wordt steeds uitgegaan van zuigermotoren.

    Volgens de Wet van Boyle-Gay-Lussac wordt lucht bij compressie warmer; bij grote compressie zelfs heet genoeg om brandstof spontaan te laten ontbranden. Bij de dieselmotor wordt de lucht daarom eerst gecomprimeerd tijdens de compressieslag, waarna de brandstof wordt ingespoten. Deze ontsteekt daarna vrijwel direct spontaan door zelfontbranding, waarna de arbeidsslag volgt. Dit in tegenstelling tot de mengselmotor die brandstof en lucht vooraf mengt en dit mengsel veel minder samenperst, juist om vroegtijdige zelfontbranding te voorkomen.

    De verbranding in een dieselmotor vindt plaats bij veel hogere druk en temperatuur dan bij een mengselmotor, en de ontbranding verloopt zeer snel, wat een zware motorconstructie nodig maakt en hoorbaar is in het karakteristieke dieselgeluid. Het hoge rendement staat hier als voordeel tegenover. Dit rendement hangt vooral samen met de compressieverhouding, de verhouding tussen de druk voor en na de arbeidsslag. Bij alle motoren die gebaseerd zijn op drukverschillen, hangt het rendement volgens de wetten van de thermodynamica direct af van het temperatuurverschil voor en na de arbeidsslag. Dit verschil is volgens de al genoemde wet van Boyle-Gay-Lussac direct verbonden met de compressieverhouding, die bij een diesel veel hoger is dan bij mengselmotoren mogelijk is. Onder deellast wordt het verschil in rendement tussen diesels en mengselmotoren nog groter omdat bij mengselmotoren het vermogen getemperd wordt door minder mengsel in de cilinder te brengen, wat resulteert in een kleinere daadwerkelijke compressieverhouding. Bij diesels is dit veel minder het geval. Hierbij wordt het vermogen verhoogd door de gemiddelde effectieve druk omhoog te brengen door een grotere compressieverhouding of door drukvulling.

    === Kringproces===
    Het kringproces voor de verbranding bij dieselmotoren is het dieselproces. Dit kan het gelijkdrukproces zijn of het gemengde proces, het Seiliger-proces. Bij het gelijkdrukproces is de verbranding zo geleidelijk dat de druk niet verandert. Dit was het geval bij dieselmotoren met luchtverstuiving, wat niet meer wordt toegepast. Bij het gemengde proces wordt de verbranding onderverdeeld in een deel waarbij het volume gelijk blijft en een deel waarbij de druk gelijk blijft. Dit standaardkringproces wordt gebruikt om de verbranding bij drukverstuiving te beschrijven en is een combinatie van het dieselproces en het Otto-proces. Bij gelijke compressieverhouding is het rendement van het Otto-proces hoger, maar door de hogere compressieverhouding van de dieselmotor is het rendement van deze toch hoger. Bovendien vindt de ontbranding bij moderne dieselmotoren zo snel plaats dat het Otto-proces benaderd wordt.

    Tussen het theoretische en het werkelijke thermische rendement kan een groot verschil zitten. Dit komt onder andere doordat de eindtemperatuur lager ligt door dissociatie van moleculen boven de 1400 ºC en de cilinderwand die warmte opneemt. De tijd die de verbranding en het afvoeren van de uitlaatgassen nodig hebben, zorgt voor een afronding van de scherpe hoeken.
    === Indirecte inspuiting===

    Veel oudere dieselmotoren werken volgens het indirecte principe: de brandstof wordt daarbij niet rechtstreeks boven de zuiger ingespoten maar in een aparte voorkamer of wervelkamer. De combinatie van druk en temperatuur bleef bij die oude machines onvoldoende om te kunnen starten. Vaak werd daarbij in de voorkamer dan ook een gloeispiraal geplaatst die de motor bij een koude start mee moet helpen aanslaan. Bij een koude motor en koude voorkamer vindt de spontane zelfontbranding van de dieselbrandstof niet plaats zonder enige hulp. Deze motoren werden tot voor kort zonder uitzondering in lichte dieselmotoren voor personenauto’s gebruikt. Zij konden hogere toerentallen bereiken, mede door de toepassing van een roterende inspuitingspomp. Deze inspuitpomp levert weer te weinig druk om in een grote dieselmotor te worden gebruikt.
    === Waterinjectie===

    Op de wervelkamer werd ook wel een deksel met een holle gloeibol gemonteerd, die met petroleum of gas voor het starten eerst roodheet diende te worden gestookt. Vandaar de naam gloeikopdiesel. Om bij gloeikopmotoren extra vermogen op te wekken werd er in de wervelkamer naast de brandstofinspuiting ook een waterinspuiting gemonteerd, die werd gevoed met koud, schoon buitenwater via een speciale waterpomp met excentriek op de hoofdas. Dat water werd opgepompt als koelwater en afgeleid via een apart leidinkje van het koelsysteem naar een speciaal watervat in de machinekamer. De inspuiting van water leverde ongeveer 10% extra vermogen.
    === Directe inspuiting===

    Dit type inspuiting, waarbij de brandstof rechtstreeks in de verbrandingsruimte wordt gespoten, was tot voor kort voorbehouden aan zwaardere dieselmotoren (vrachtauto’s en groter). Dit is opgelost door toepassing van elektrische en elektromagnetische motormanagementsystemen, zoals bij common-rail dieselmotoren. Tegenwoordig nemen de direct ingespoten diesels een steeds grotere plaats in de automobielindustrie in. Het voordeel van deze modernere systemen is dat door de elektronische regeling van inspuitmoment en -hoeveelheid de uitstoot van schadelijke gassen (emissies) veel beter beheersbaar zijn. Een nadeel is echter een relatief groot lawaai, wat vooral bij oudere grote vrachtwagen- of tractormotoren bekend is.
    ==Rotatiesnelheid==
    === Snellopende motoren===

    Snellopende motoren (n > 16 s-1) worden gebruikt voor de aandrijving van vrachtwagens, autobussen, tractoren, auto’s, jachten, compressoren, pompen en kleine generatoren.
    === Middelsnellopende motoren===

    Grote generatoren en dieseltreinen worden aangedreven door middelsnellopende motoren (4 < n < 16). Deze draaien met een vast toerental en zijn in staat om snelle belastingswisselingen op te vangen.
    === Langzaamlopende motoren===

    De grootste dieselmotoren worden gebruikt om schepen aan te drijven. Deze enorme motoren hebben vermogens tot 80 MW, draaien met 60 tot 100 omwentelingen per minuut, en zijn tot 15 meter hoog. Ze lopen op goedkope residu brandstof, waardoor het nodig is deze brandstof vlak voor de injectie te verhitten, vanwege de hoge viscositeit. Bedrijven als MAN B&W en Wärtsilä (Sulzer Diesels) ontwerpen zulke grote langzaamlopende tweeslag motoren. De krachtigste dieselmotor is de 14 cilinder Wärtsilä-Sulzer RTA96-C met 80 MW (108.800 pk).[4]
    ==Rotatierichting==

    Veel motortypes kunnen zowel links- als rechtsdraaiend gebouwd worden. Grote tweeslagscheepsdiesels zijn over het algemeen omkeerbaar in draairichting, aangezien hier geen tandwielkast is om de draairichting van de schroef om te draaien om achteruit te kunnen slaan.
    ==Constructie==
    Er kan op verschillende manieren onderscheid gemaakt worden naar constructie. Zo zijn er trunkzuigermotoren en kruishoofdmotoren, maar een ander onderscheid is tussen lijnmotoren en V-motoren.

    Bij kruishoofdmotoren is de zuigerstang verbonden aan een kruishoofd dat verbonden is aan de drijfstang. Hierdoor worden de zuigers niet zijdelings belast, maar worden de zijdelingse krachten opgevangen door leibanen. Bij trunkzuigermotoren is de zuiger direct aan de drijfstang bevestigd. Hierdoor is deze motor lager van bouw, maar moeten de zuigers nu wel de zijdelingse krachten opnemen, waardoor meer slijtage optreedt.

    Bij lijnmotoren liggen de cilinders in één vlak. Bij V-motoren zijn de cilinderhartlijnen verdeeld over twee vlakken die elkaar onder een hoek van 45º tot 90º raken. Een V-motor kan daardoor korter en lichter gebouwd worden.
    ===Motorgestel===

    Het motorgestel bestaat uit:

    * de fundatie;
    * de krukkast;
    * de cilinderbalk met de cilindervoeringen;
    * de cilinderdeksels.

    Bij de grote langzaamlopende kruishoofdmotoren zijn dit allemaal afzonderlijke constructiedelen, eventueel weer opgebouwd uit weer kleinere delen. Bij middelsnellopende en snellopende trunkzuigermotoren zijn cilinderbalk, krukkast en fundatie vaak samengevoegd tot een gietstuk, het monobloc.

    Cilindervoeringen kunnen gekoeld worden door boorgat-koeling, waarbij koelwater door in de cilinder geboorde gaten wordt geleid. Bij grote tweeslagmotoren zijn ook de zuigers voorzien van koeling met water of olie.

    Bij kleine vierslagtrunkzuigermotoren is de gasdruk op de zuigerveren tijdens de uitlaat- en inlaatslag dusdanig laag dat de smeerfilm voldoende kan herstellen bij spatsmering. Bij grotere twee- en vierslagmotoren worden cilindersmeersystemen toegepast, waarbij cilindersmeernippels door de cilindervoering zijn aangebracht.

    In de cilinderdeksels bevinden zich de in- en uitlaatkleppen, de brandstofklep, de aanzetklep, de ontlastklep en de indicateurkraan. Kleinere motoren worden gestart met een startmotor en hebben geen aanzetklep en vaak ook geen ontlastklep en indicateurkraan. Oudere tweeslagmotoren met lusspoeling hebben geen in- en uitlaatkleppen. Met de aanzetklep wordt de startlucht toegelaten om de motor te starten. Deze cilinderdeksels hebben ook boorgat-koeling.
    ===Motordrijfwerk===

    Het motordrijfwerk bestaat uit:

    * de krukas;
    * de lagers;
    * de drijfstangen;
    * het kruishoofd;
    * de zuigerstangen;
    * de zuigers;
    * de zuigerstangpakkingbussen;
    * de aandrijving van de nokkenas;
    * de aandrijving van de brandstofkleppen
    * de aandrijving van de in- en uitlaatkleppen;
    * de aandrijving van de brandstofpompen;
    * de in- en uitlaatkleppen.

    ===Krukas===

    Van deze onderdelen is de krukas het meest gecompliceerd. De grote langzaamlopende motoren hebben een opgebouwde krukas, omdat het niet goed mogelijk is deze uit een stuk te maken. Door temperatuursverschillen en slijtage zal een krukas vrijwel nooit volledig uitgelijnd zijn, wat met behulp van een krukwangdeflectiemeting gecontroleerd kan worden.
    ===Lagers===

    In het drijfwerk bevinden zich diverse lagers. Deze worden belast door de gaskracht, de middelpuntzoekende kracht van de roterende krukas, de oscilerende kracht van de op en neerbewegende zuiger en het gewicht van de onderdelen. Afhankelijk van de belasting worden lagers uitgevoerd van witmetaal of trimetaal. Van groot belang hierbij is een goede smering.
    ===Zuiger===

    De zuiger bestaat uit een zuigerkroon waarop de gaskracht werkt. In de zuigerkroon zijn de zuigerveren aangebracht die de afdichting tussen zuiger en cilindervoering verzorgen. Bij vierslagmotoren is de onderste veer van het verenpakket een olieafstrijkveer. Tweeslagmotoren met lusspoeling hebben een zuigerhemd waarmee de spoel- en uitlaatpoorten kunnen worden afgesloten.
    ===Zuigerstangpakkingbus===

    Bij kruishoofdmotoren wordt de cilinderruimte afgesloten van de krukkast met een zuigerstangpakkingbus om verontreiniging van de smeerolie in de krukkast te voorkomen. Hierdoor is de zuiger ook als spoelpomp te gebruiken.
    ===Nokkenas===

    De nokkenas wordt gebruikt om de in- en uitlaatkleppen en brandstofpompen via een stoterstang aan te drijven. De nokkenas wordt aangedreven door de krukas via een tandwieloverbrenging, ketting of riem. Bij een tweeslagmotor draait de nokkenas met dezelfde snelheid als de krukas, bij een vierslagmotor is dit de helft. Bij langzaamlopende motoren wordt de uitlaatklep hydraulisch aangedreven, dus niet meer door een stoterstang.
    ===Common-rail===

    Tegenwoordig wordt de nokkenasaandrijving van het brandstofsysteem steeds meer vervangen door een common-railsysteem. Bij dit systeem is de brandstof onder inspuitdruk aanwezig in een gemeenschappelijke hogedrukleiding (de common rail). Op deze common rail zijn de verstuivers aangesloten via elektroventielen (solenoid valves). Om brandstof in te spuiten hoeven deze elektroventielen slechts te openen, aangestuurd door de regelelektronica. Daardoor kan het verloop van de inspuiting beter kan worden geregeld. In plaats van de hele brandstofdosis ineens in te spuiten kan dit gefaseerd gebeuren. Hiermee kan de verbranding een geleidelijker verloop krijgen, waardoor de motor minder lawaai maakt en een beter rendement krijgt. In elke situatie kan het tijdstip en verloop van de brandstofinspuiting aangepast worden aan het toerental en/of de gevraagde belasting. Op dezelfde manier kunnen ook de in- en uitlaatkleppen hydraulisch aangestuurd worden, waardoor de nokkenas kan komen te vervallen.

    Het systeem van geregelde inspuiting van onder hoge druk aanwezige brandstof in een gemeenschappelijke leiding (de common rail) is overigens niet nieuw. Ruim 50 jaar eerder werd een dergelijk systeem in mechanische vorm reeds toegepast op motoren van Doxford. Hierbij werd de functie van de elektroventielen nog door mechanisch bekrachtigde regelnaalden vervuld. Als deze bleven hangen werd er continu brandstof ingespoten met als gevolg ernstige motorschade of zelfs explosie van de motor, zoals op 18 april 1960 a/b m.s. Pendrecht gebeurde.
    ==Brandstofsysteem==

    Het brandstofsysteem van een dieselmotor verschilt sterk van dat van een benzinemotor, omdat de luchttoevoer en de brandstoftoevoer geheel gescheiden zijn. Ook hier kan onderscheid gemaakt worden, namelijk tussen motoren die lopen op residu's oftewel zware olie en destillaatbrandstof zoals dieselolie en marine diesel oil.
    ===Lagedruksysteem===

    De brandstoftanks zijn, bij auto's en vrachtauto's, in het chassis opgehangen tanks, met vulopening, ont- en beluchtingsmogelijkheid, niveauopnemer en een afvoer naar de motor. Tegenwoordig ziet men de lagedrukpomp, die de brandstof naar hogedrukpomp perst, wel in deze tank gemonteerd zitten (PSA).

    Bij schepen zijn de brandstoftanks, of bunkers, veelal ondergebracht in de dubbele bodem en in zijtanks. In het geval van zware olie zijn deze tanks verwarmd. Vanuit deze tanks wordt het met de trimpomp naar een bezinktank (settling tank) gepompt, waar water en verontreinigingen (sludge) kunnen bezinken om afgetapt te worden. Hierna gaat het door een separator waar water en verontreinigingen verder worden gescheiden van de olie. Deze olie komt in de dagtank van waaruit de lagedrukpomp (boosterpomp) de olie door een voorwarmer via een filter — vaak een terugspoelfilter — naar het hogedruksysteem pompt. Afhankelijk van de viscositeit kan de olie tot meer dan 150 ºC verhit moeten worden om bij de verstuivers de juiste viscositeit te verkrijgen.
    ===Hogedruksysteem===
    De hogedrukbrandstofpomp zuigt aan uit het lagedruksysteem en voert de druk op naar 1000 tot 2000 bar. Bij een bepaalde druk licht de verstuivernaald en verstuift de brandstof in de cilinder. Hoe hoger de druk, hoe kleiner de brandstofdruppels zijn en hoe sneller de verbranding verloopt. De brandstofpomp wordt aangedreven door de nokkenas, terwijl de opbrengstregeling door de regulateur wordt aangestuurd. Deze opbrengstregeling kan een begin- of eindregeling zijn, of een combinatie daarvan. Bij een beginregeling wordt het vermogen aangepast door de aanvang van de injectie te variëren en ligt het einde vast, terwijl dit bij de eindregeling andersom is. Bij de gecombineerde regeling kan de gehele inspuitduur aangepast worden aan de over het belastingsgebied variërende inspuituitstel. Dit is het tijdsverloop tussen het begin van de effectieve pompslag en het openen van de verstuivernaald.

    Pompen van grotere dieselmotoren zijn plunjerregelend of klepregelend. Bij kleinere motoren worden verdelerpompen en pompverstuivers gebruikt. Bij common-rail vervalt de nokkenasaandrijving. Bij systeem kan het inspuitmoment en de inspuitduur veel meer aangepast worden aan de belasting.
    ===Retour- of lekgedeelte===

    Zowel bij het lagedruk- als het hogedruksysteem wordt de druk geregeld door een retourdrukklep. Hierdoor blijft de druk van de systemen constant, onafhankelijk van de belasting van de motor. Ook de opbrengstregeling van de hogedrukbrandstofpomp zorgt voor een retourstroom. De overtollige brandstof wordt teruggevoerd naar de tank.
    ==Luchtvoorziening==

    Om bij het begin van de inlaatslag al een voldoende grote inlaatdoortocht te hebben, worden de inlaatkleppen geopend voor het einde van de uitlaatslag. Om voldoende uitlaatgassen te verdrijven, sluiten de uitlaatkleppen pas in het begin van de inlaatslag. Deze overlap is de spoelperiode en de hoek kan variëren tussen de 20 en 60º. Bij toenemende rotatiesnelheid zal ook deze hoek toenemen.

    Kleinere motoren zijn vanwege de eenvoud soms zelfaanzuigend, maar bij grotere motoren wordt altijd drukvulling toegepast. Om meer vermogen uit een cilinder te kunnen krijgen bij gelijkblijvend rendement, moet er meer brandstof verbrand worden. Daarvoor is ook meer lucht nodig die geleverd kan worden door de drukvulling. Doordat de drukken en temperaturen hierdooor stijgen, zorgt dit voor een grotere thermische en mechanische belasting voor de motor. Door gebruik te maken van een turbocompressor wordt energie gebruikt uit de uitlaatgassen, die anders grotendeels verloren zou zijn. De compressor zuigt over het algemeen aan via een luchtfilter, dat tevens een vlam- en geluiddempende taak heeft. Het luchtfilter is vaak voorzien van een vervuilingsindicator; een sensor die constateert wanneer er een te grote onderdruk in het systeem ontstaat;

    Door de voorcompressie stijgt de temperatuur van de lucht. Door na de compressor een luchtkoeler te plaatsen, wordt de aanvangscompressietemperatuur omlaag gebracht, wat zorgt voor een lagere eindcompressie- en verbrandingstemperatuur, zodat de thermische belasting verminderd. Langzaamlopende tweeslagdieselmotoren zijn altijd voorzien van drukvulling en hebben een aparte, mechanisch aangedreven compressor om bij deellast — als de turbocompressor nog niet voldoende druk levert — voldoende lucht in de cilinders te pompen.

    De uitlaatgassen drijven vervolgens de turbine van de drukvulgroep aan. Dit kan op meerdere manieren, zoals volgens het gelijkedruksysteem, het stootsysteem, het SPEX-systeem, het pulse-convertorsysteem en de tweetrapsdrukvulling.
    ==Trillingen==

    In tegenstelling tot bijvoorbeeld turbines is de aandrijving bij verbrandingsmotoren niet continu. Dit is een van de oorzaken van trillingen:

    * axiale trillingen;
    * buigingstrillingen;
    * torsietrillingen;

    Zodra deze trillingen in de buurt van de eigentrillingsfrequentie van de motor of onderdelen daarvan komen, kan resonantie ontstaan, wat schade tot gevolg kan hebben. In dit geval zal de trilling gedempt moeten worden, of weggenomen door de motor te balanceren.
    ===Axiale trillingen===

    Axiale trillingen — in de lengterichting van de krukas — worden veroorzaakt door torsietrilling, radiale componenten van de gaskrachten, versnellingskrachten van de cilinders en axiale krachten op de aandrijfas. Alleen bij langzaamlopende tweeslagmotoren ligt de eigen axiale trillingsfrequentie binnen het toerenbereik van de motor, zodat deze worden uitgerust met een axiale trillingsdemper. Bij andere motoren is de axiale stijfheid dusdanig groot dat de trillingsfrequentie buiten het toerenbereik ligt.
    ===Buigingstrillingen===

    Buigingstrillingen ontstaan door doorbuiging van een as, zoals de aandrijfas. Als dit voor problemen zorgt, kan de afstand tussen de aslagers veranderd worden.
    ===Torsietrillingen===

    Het geheel van krukas, krukken, zuigerstangen en zuigers kan worden opgevat als een torsie-elastisch systeem dat torsietrillingen ondergaat. Deze ontstaan doordat een verbrandingsmotor een wisselend draaimoment heeft. Dit is afhankelijk van het aantal cilinders, de plaatsing daarvan en de ontstekingsvolgorde. Het wisselende draaimoment ontstaat doordat de krachten op de zuigers wisselen. Deze krachten bestaan uit die veroorzaakt door de gasdruk boven de zuiger en de versnellingskracht van de op en neer bewegende zuigers. Bij elkaar genomen is dit de tangentiaalkracht. Vaak wordt hiervoor de tangentiaaldruk gegeven. Met behulp van een indicateurdiagram kan het tangentiaaldrukdiagram worden samengesteld door rekening te houden met de versnellingskrachten.

    Dit zorgt voor een oneenparig verlopende krukasrotatie, wat uitgedrukt kan worden met de oneenparigheidsgraad. Dit kan beïnvloed worden door massa toe te voegen om de massatraagheidsmoment te vergroten; het vliegwiel.

    Met een harmonische analyse kan de tangentiaaldruk worden ontleed in een oneindig aantal harmonischen. Vooral als de harmonische componenten van meerdere cilinders elkaar versterken, kan asbreuk optreden. De toerentallen waarbij dit gebeurt zijn de hoofdkritische en nevenkritische rotatiefrequenties. Deze toerentallen moeten vermeden worden.
    ===Dieselklop===

    Een andere trilling is de dieselklop die veroorzaakt wordt door te snelle drukstijging bij de verbranding.
    ==Milieutechnische zaken==

    Een dieselmotor heeft ten opzichte van een benzinemotor meer schadelijke emissie van roetdeeltjes en stikstofoxiden. Binnen Europa gelden voor voertuigen die nieuw verkocht worden emissie-eisen die vastgelegd zijn in de Euronormen. Vanaf 2005 gaat Euro4 in en in 2010 komt de Euro5 norm. Daarin mag een dieselmotor waarschijnlijk even veel stikstofoxiden en roetdeeltjes uitstoten als een benzinemotor, wat vergaande aanpassingen zal vergen. Op dit moment hebben een aantal automerken (waaronder Peugeot, Citroën en Toyota) hun motoren uitgerust met een roetfilter. Deze vangen de roetdeeltjes op en verbranden die bij verzadiging bij hoge temperatuur, waardoor er geen schadelijke stoffen in het milieu komen. Het rendement van een dieselmotor is hoger dan van een benzinemotor, daarom is het brandstofverbruik bij gelijkblijvende prestaties lager, en daarmee ook de emissie van kooldioxide, het belangrijkste broeikasgas.

    In de zeevaart en offshore worden eisen gesteld aan de emissies door Annex VI van Marpol. Hier worden grenzen gesteld aan de hoeveelheid zwaveloxiden (SOx) en stikstofoxiden (NOx). SOx veroorzaakt zure regen en is vooral in kustgebieden een probleem, aangezien het midden op zee door het zeewater geneutraliseerd wordt. In beschermde gebieden mag dan ook alleen worden gevaren met laagzwavelige brandstof en niet met zware olie die gemiddeld zo'n 3,5% zwavel bevat. NOx dragen bij aan smogvorming, zure regen, het broeikaseffect en het ozongat. Manieren om deze te reduceren zijn:

    * verlaten van de brandstofinspuiting;
    * verhogen ingespoten hoeveelheid brandstof;
    * verhogen van de compressieverhouding;
    * uitlaatgassencirculatie;
    * toevoegen van water aan de brandstof;
    * waterinjectie in de verbrandingsruimte;
    * bevochtigen van de vullucht;
    * verlagen van de temperatuur van de vullucht;
    * reinigingsinstallatie met ammoniaktoevoeging in de uitlaatgassenkanaal.

    ==Fabrikanten==

    * Anglo Belgian Corporation
    * Dunjo
    * Douvrin-motor
    * Mercedes-Benz…

  • RSN wrote a new post, Nokkenas, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Nokkenas==
    Een nokkenas is een as voorzien van excentrieken die dienen om de draaiende beweging van de as om te zetten in een heen en weer gaande beweging.

    In de motortechniek wordt een nokkenas toegepast om de kleppen van een verbrandingsmotor te bedienen. Zoals de naam al zegt, is het een as met nokken. Bij het draaien van de as duwen de nokken tegen de stoterstangen, die daardoor hun functie uitoefenen. Zo opent bij een verbrandingsmotor de nokkenas de in- en uitlaatkleppen en eventueel de brandstofpomp.

    ==Aandrijving door de krukas==
    De aandrijving van de nokkenas door de krukas wordt distributie genoemd. De nokkenas draait altijd met de halve snelheid van de krukas. De verhouding krukassnelheid : nokkenassnelheid (2 : 1) noemt men de distributieverhouding. De nokkenas kan op haar beurt weer andere componenten aandrijven, zoals de stroomverdeler, de oliepomp en de brandstofpomp.

    Afhankelijk van de plaats van de nokkenas in de motor kan deze aandrijving op verschillende manieren gerealiseerd zijn:

    * rechtstreeks via tandwielen
    * via een getande riem (Ducati) of ketting
    * een koningsas (met twee haakse verbindingen, o.a. Ducati)
    * via excentrische stangen (NSU)

    De nokkenas kan hoog in het blok liggen (OHC) (Overhead Camshaft), middelhoog (hoogliggende nokkenas) of laagliggend zijn. De beste oplossing met een nokkenas is de dubbele bovenliggende nokkenas (DOHC). Op deze wijze kan er namelijk het meeste vermogen worden behaald, door een zo direct mogelijke bediening van de kleppen. Bij DOHC is er een nokkenas om de inlaatkleppen te openen en te sluiten, en een tweede as voor het openen en sluiten van de uitlaatkleppen. De DOHC wordt ook bijna altijd gecombineerd met 4 kleppen per cilinder. Als de nokkenas bovenin de cilinderkop is geplaatst (bovenliggende nokkenas), kan de klep directer worden aangedreven. Dit kan indirect via een tuimelaar of meer direct, als de nokkenas direct boven de klep is geplaatst. Maar dit laatste gebeurt altijd via een nokvolger om het horizontale component van de draaiende nokbeweging op te nemen. Hoe directer de klep kan worden aangedreven, hoe meer vermogen er kan worden behaald. Dit komt door de vermindering aan bewegende onderdelen en dus ook verminderde trillingen, wat hogere toerentallen mogelijk maakt.

    Als de nokkenas dicht bij de krukas is geplaatst, moet de beweging via nokvolgers en een stoterstang worden overgebracht op de kleppen (o.a. Harley-Davidson, Moto Guzzi, BMW.)…

  • RSN wrote a new post, Zuiger, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Zuiger==
    Een zuiger is onderdeel binnen de techniek.
    ==Omschrijving==

    Een zuiger is een onderdeel dat in een cilinder heen en weer kan bewegen. Door de beweging wordt een vloeistof of gas verplaatst, of (gecomprimeerd), dit bij pompen en compressoren . Bij motoren wordt door gassen arbeid uitgeoefend op de zuiger, die arbeid kan dan overgebracht worden op andere onderdelen, bijvoorbeeld de krukas. In machines, waar de zuiger een cilinder of ovale vorm heeft, is de zuiger dikwijls met de drijfstang (of zuigerstang) gekoppeld aan de krukas. Om de zuiger zitten vaak zuigerveren die ervoor zorgen dat er een goede afdichting is tussen de cilinderwand en de zuiger (compressieveren en olieschraapveren) en dus tussen beide kanten van de cilinder.
    ==Doel==

    * Arbeid overbrengen.
    * Kracht overbrengen.
    * Vloeistoffen of gassen verplaatsen.
    * Vloeistoffen of gassen comprimeren of laten expanderen.
    * Bewegingen dempen.

    ==Toepassingen==

    * In verbrandingsmotoren brengen zuigers via de drijfstang de kracht van de verbranding van de brandstof over op het verdere mechaniek.
    * In injectiespuiten zit een kleine zuiger waarmee de injectievloeistof kan worden opgezogen en ingespoten.
    * In sommige typen pompen verplaatsen zuigers vloeistof of gas.
    * In machines om lucht te koelen en vloeibaar te maken zitten vaak zuigers die gassen comprimeren.
    * In een schokdemper zorgen zuigers voor het afvlakken van schokken
    * In een hydraulische krik zorgt de zuiger voor de krachtoverbrenging….

  • RSN wrote a new post, Benzine, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Benzine==
    Benzine is een mengsel van koolwaterstoffen dat wordt gebruikt als brandstof voor benzinemotoren en als oplos- en schoonmaakmiddel. Het bestaat uit lichtere destillatiefracties van aardolie met een lage viscositeit en betrekkelijk laag kooktraject en bevat enkel vloeibare alkenen en alkanen.

    ==Geschiedenis==

    Het woord benzine lijkt op de achternaam van Carl Benz, maar bestond al voordat de Duitsers de automobiel hadden uitgevonden. Het is afkomstig van benzoë, de hars van de benzoëboom. Dat was de oorspronkelijke bron waaruit benzine gedestilleerd werd. Benzoë komt van het Arabische woord luban gawi, dat ‘wierook uit Java’ betekent. Door de handel met de Catalanen kwam het woord naar Europa. Daar viel de eerste lettergreep weg en werd de a een e. Dit werd het Italiaanse woord benjui en in het Middellatijn benzoe. Michael Faraday (1791-1867) identificeerde de stof benzeen, een hoofdcomponent van benzine, als eerste. Albert Shreiner slaagde er in om het synthetisch samen te stellen.
    ==Samenstelling en toevoegingen==

    Benzine is kleurloos. Het bestaat uit een mengsel van koolwaterstoffen met doorgaans 4 tot circa 12 koolstofatomen, en met name uit vertakte alkanen en moleculen met een benzeenring, zoals tolueen en xyleen. Het is wellicht verrassend dat, ondanks de naam, moderne benzine weinig benzeen bevat. Deze component is verwijderd omdat het kankerverwekkend is. Ook zwavelverbindingen zijn verwijderd om luchtverontreiniging tegen te gaan.

    Aan benzine die als brandstof gebruikt wordt worden additieven (ook wel dopes genoemd) toegevoegd om te voorkomen dat de motor gaat kloppen (ook wel pingelen genoemd). De klopvastheid wordt uitgedrukt in het octaangetal van de benzine. Vaak wordt ten onrechte het begrip octaangehalte gebruikt. Dit is onjuist omdat dit suggereert dat octaan een stof zou zijn die is toegevoegd aan de benzine.
    ==Loodvrije benzine==

    De toevoeging tetraethyllood, die vroeger veel werd gebruikt als antiklop-middel, is tegenwoordig vervangen door het minder milieu-onvriendelijke methyl-tert-butylether. De benzine is hiermee loodvrij geworden. In Europa wordt sinds midden jaren ’90 van de vorige eeuw vrijwel uitsluitend loodvrije benzine (Euro 95 en Euro 98) verkocht. Benzines met lood zijn niet meer te verkrijgen, benzines met loodvervanger slechts beperkt, het apart toevoegen van loodvervanger aan de benzine is ook een optie. Auto’s met een katalysator kunnen uitsluitend op loodvrije benzine rijden; lood maakt de katalysator kapot.
    ==Energetische waarde==

    Bij de verbranding van 1 liter benzine komt ca 35 MJ (= 9,7 kWh) energie vrij.
    ==CO2-uitstoot==

    Bij de verbranding van 1 liter benzine komt ca 2,4 kg CO2 vrij. [1]

    Dit is uitsluitend de CO2 die vrijkomt bij verbranding. Dit is echter maar een gedeelte van de totale hoeveelheid CO2 die benzine als product veroorzaakt. Volgens de well-to-wheelmethodiek wordt alle CO2 die ontstaat bij het opsporen, produceren, raffineren, transporteren en opslaan van benzine, en dat is nogal wat, toegerekend aan de CO2-uitstoot van benzine. Dat kan wel zo’n 30% bedragen, daarmee komt de uitstoot op 3,1 kg CO2 per liter benzine. Biobrandstoffen worden op een vergelijkbare wijze beoordeeld….

  • RSN wrote a new post, Dieselolie, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Dieselolie==
    Dieselolie of gasolie, kortweg diesel, is de brandstof van dieselmotoren. Dieselolie is een aardolieproduct. De stof is genoemd naar Rudolf Diesel, de uitvinder van de dieselmotor.

    Gasolie is onder te verdelen in laag- en hoogzwavelig. Dieselolie is de handelsnaam voor laagzwavelige gasolie. De termen laag en hoog verwijzen naar het aantal ppm zwavel.

    Deze brandstof komt vanzelf tot ontbranding onder druk in aanwezigheid van zuurstof. Deze omstandigheden gelden in de verbrandingsruimte van dieselmotoren op het moment van inspuiting van de brandstof. De mate waarin de brandstof bereid is tot zelfontbranding, onder genoemde omstandigheden, wordt aangeduid met het cetaangetal. Dit getal is dus in feite een graadmeter voor de kwaliteit van de dieselbrandstof en de snelheid waarmee hij tot zelfontbranding komt. Hoe lager het cetaangetal, hoe trager de zelfontbranding op gang komt. In een uiterst geval blijft de zelfontbranding zelfs uit, dan is dus het cetaangetal te laag voor de gebruikte motor.

    Het verschil met benzine is dus dat de brandstof door compressie van het brandstof-luchtmengsel spontaan tot ontbranding komt, wat bij benzine juist een ongewenste eigenschap is (zie ook klopvastheid, octaangetal).

    Net als bij benzine zijn er ook verschillende vormen van diesel, afhankelijk van o.a. cetaangetal, viscositeit en herkomst. Gangbare diesel (o.a. voor het weg en landbouwverkeer) is dieselolie met een cetaangetal van rond de 50. Een uitzondering hierop vormt biodiesel met een cetaangetal van 70 tot 100. Deze diesel is geheel of gedeeltelijk gemaakt van plantaardige olie of dierlijk vet.

    In de scheepvaart wordt diesel met lager cetaangetal gebruikt. Omdat scheepsdiesels over het algemeen bij lagere toerentallen en hogere compressies werken, is de ontbrandingsvertraging, die bij een lager cetaangetal hoort, geen bezwaar. De kwaliteit van diesel wordt in de scheepvaart aangegeven met HFO (Heavy Fuel Oil) of MDO (Marine Diesel Oil). Vooral de dichtheid van deze brandstoffen heeft een invloed op de prijs.

    Dieselmotoren worden gebruikt in de scheepvaart, treinen, zwaar wegtransport (vrachtwagens) en tegenwoordig meer en meer voor personenauto’s. Ook graafmachines, shovels en tractoren zijn uitgerust met dieselmotoren en verbruiken dus diesel.

    Op diesel wordt accijns geheven. Er worden twee tarieven gehanteerd. Voor wegtransport geldt een hoger tarief dan voor landbouwwerktuigen (tractoren). Diesel voor landbouwwerktuigen (stookolie of rode diesel) mag dan ook niet in een personenauto gebruikt worden omdat de staat dan accijnsinkomsten misloopt. Om onderscheid te kunnen maken tussen beide accijnsgroepen wordt een rode kleurstof aan de goedkopere diesel toegevoegd. Geregeld worden er door de douane controles gehouden op het onterecht gebruik van rode diesel. In Nederland wordt bij de jaarlijkse APK ook gecontroleerd op het gebruik van rode diesel.

    Ruim 70% van de in 2005 in België verkochte wagens rijdt op diesel. In 2001 bedroeg dit aantal 63%. Dit is onder meer te verklaren doordat diesel in België per liter tot 30 eurocent goedkoper is dan benzine.
    ==Verbruik==

    Auto’s met een dieselmotor zijn over het algemeen zuiniger dan equivalente benzinemotoren en produceren minder broeikasgassen (CO2). Deze efficiëntie komt voort uit zowel de hogere energiedichtheid per liter van dieselbrandstof, als uit een groter thermodynamisch rendement, voornamelijk door de hogere compressieverhouding. De dichtheid van diesel is weliswaar 15% groter dan die van benzine, wat tot een 15% hogere CO2-uitstoot per liter brandstof leidt, maar dit is niet voldoende om het 20–40% zuiniger verbruik van een moderne dieselmotor teniet te doen. Netto produceert een dieselmotor 10 tot 20% minder broeikasgasemissies dan een vergelijkbare benzinemotor….

  • RSN wrote a new post, LPG (brandstof), on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==LPG==
    LPG staat voor Liquefied Petroleum Gas (ook wel liquid propane gas). In België en Nederland wordt hiermee in het algemeen autogas bedoeld.

    ==Gebruik==

    Autogas wordt gebruikt als brandstof in mengselmotoren voor onder andere auto’s. Autogas is een mengsel van propaan (C3H8) en butaan (C4H10). Afhankelijk van de buitentemperatuur worden de twee gassen in een bepaalde verhouding gemengd. Bij hogere temperaturen wordt meer butaan gebruikt, terwijl bij lagere temperaturen meer propaan aan het mengsel wordt toegevoegd omdat butaan bij lage temperaturen niet genoeg verdampt.

    Propaan/butaanmengsels wordt ook gebruikt als drijfgas in spuitbussen, waarbij de verhouding tussen propaan en butaan gebruikt wordt om de gewenste dampdruk te bereiken.

    Ook kan er gekookt worden op LPG, maar in Nederland wordt hiervoor meestal zuiver propaan gebruikt. Het zit dan opgeslagen in de bekende gasflessen of in de minder bekende propaantanks die voor grootverbruik bedoeld zijn. Propaan wordt ook gebruikt voor het verwarmen van woningen en bedrijfspanden en/of als warmwatervoorziening, met name waar geen aardgasnet is of door particulieren in de recreatie zoals in de caravan met de herkenbare gasfles in de disselbak. Propaan wordt verder gebruikt voor heteluchtballonnen.
    ==Schone en goedkope brandstof==

    Autogas is een schonere brandstof dan benzine of diesel, het verbrandt gelijkmatiger in de motor. Dit leidt tot schonere uitlaatgassen dan bijvoorbeeld van benzine- of dieselmotoren. LPG stoot wel meer NOx uit dan benzinemotoren, maar minder dan diesels.[1][2] Daarnaast heeft LPG een klopvastheid van 108-110, veel hoger dan superbenzine. De hoge kosten voor de inbouw van een LPG-tank, de hogere motorrijtuigenbelasting voor auto’s die geen G3-installatie hebben en het iets hogere brandstofverbruik worden vaak genoemd als nadelen. De overheid voert hierin echter een tegenstrijdig beleid; vanuit het oogpunt van milieuverontreiniging zou het gebruik van LPG moeten worden gestimuleerd, ten koste van gebruik van diesel en benzine. LPG is een zeer goedkope brandstof. Doordat Europa en de Nederlandse regering gebruik van schonere brandstoffen willen stimuleren, wordt er een lagere accijns geheven over LPG (9% tegen 50% op benzine)[3].
    ==Herkomst==

    LPG ontstaat bij productie en behandeling van aardgas en aardolie[4] en is dus een fossiele brandstof. Tegenwoordig wordt ongeveer 60% van de LPG gewonnen uit gasvelden tegen 40% uit raffinage van olie[5]. Ook bij het vloeibaar maken van aardgas wordt de LPG van het gasmengsel gescheiden omdat het mengsel anders zou bevriezen.

    In Nederland werd in 1954 LPG geïntroduceerd door Bessel-Kok (BK Gas).
    ==G3-installaties==

    De derde generatie autogasinstallaties worden G3-installaties genoemd. Tegenwoordig bestaan er verschillende soorten G3-installaties. Deze maken gebruik van de aansturingstijden voor de benzine-injectoren berekend door de boordcomputer. Deze tijden worden omgerekend naar stuurtijden voor de gasinjectoren. Hierdoor is er nauwelijks nog sprake van vermogensverlies, zoals bij oudere generaties het geval was. G3-installaties worden via de wegenbelasting gesubsidieerd. Deze is aanzienlijk lager dan voor auto’s met dieselmotor.
    ===Sequentiële installaties===

    Sequentiële installaties hebben een eigen doseerventiel per cilinder. Deze moderne installaties hebben meestal geen eigen rekenmodule, maar rekenen het door de boordcomputer berekende kenveld om naar equivalente gasvolumes. Daarom is de ombouw en programmering eenvoudiger. Een multi-point injectiesysteem is echter een voorwaarde. Nieuwere auto’s hadden al sinds halverwege negentiger jaren deze technologie. Met deze installaties kon het Euro-On-Board-Diagnostics (EOBD) gebruikt worden. Hierbij zijn de uitlaatgassen schoner dan die bij verbranding van benzine.
    ===VSI-Installatie===

    VSI is de afkorting van Vapour Sequential Injection, vrij vertaald “dampvormige sequentiële injectie”. Met deze ontwikkeling is er een nieuw tijdperk aangebroken op het gebied van alternatieve brandstofsystemen, zoals LPG en CNG. Het systeem werkt volledig geïntegreerd met het benzinemanagement van de wagen, wat als voordeel heeft dat de EOBD-functie van de wagen niet beïnvloed wordt door het LPG-systeem. Door net zo als op benzine per cilinder de LPG te injecteren is er geen merkbaar verschil meer tussen het rijden op benzine of LPG. De ECM is zo ontworpen zodat deze geschikt is voor 3, 4 ,5 ,6, 8 en 10 cilinder motoren. In combinatie met een unieke software kunnen er optimale emissies en rijeigenschappen bereikt worden. De Nederlandse producent Prins Autogassystemen in Eindhoven heeft de naam VSI als merknaam geregistreerd.
    ===LPI-Installaties===

    LPI is de afkorting van Liquid Propane Injection en betekent vloeibaarpropaaninjectie. De sequentiële gasinjectie in vloeibare vorm kan gezien worden als de nieuwste generatie gassystemen (de zogenaamde vijfde generatie). Het grote voordeel van vloeibare injectie is de koelende werking van het verdampen van het gas in de cilinder. Zo ontstaat een betere vullingsgraad van de cilinders en daarmee een betere prestatie van de motor. Een nadeel is een iets hoger brandstofverbruik. Hoewel deze techniek al aan het begin van de jaren negentig bekend was, is deze techniek door detailproblemen tot op vandaag niet erg verspreid. De Nederlandse producent Vialle Alternative Fuel Systems BV heeft de naam LPi als merknaam geregistreerd. Daarom noemt de firma ICOM deze techniek JTG.
    ===VSI-DI Installatie===

    VSI-DI is de afkorting van Vapour Sequential Injection – Direct Injection, vrij vertaald “dampvormige sequentiële injectie voor de nieuwste generatie direct injectie motoren”. Met deze ontwikkeling is er wederom een nieuw tijdperk aangebroken op het gebied van alternatieve brandstofsystemen, zoals LPG en CNG. Met dit systeem van Prins Autogassystemen is het namelijk mogelijk ook de nieuwste direct ingespoten benzinemotoren van een LPG installatie te voorzien. Hiermee is Prins Autogassystemen de eerste fabrikant ter wereld welke een LPG installatie voor direct ingespoten motoren leverbaar heeft. Het systeem werkt volledig geïntegreerd met het benzinemanagement van de wagen, wat als voordeel heeft dat de EOBD-functie van de wagen niet beïnvloed wordt door het LPG-systeem. Door net zo als op benzine per cilinder de LPG te injecteren is er geen merkbaar verschil meer tussen het rijden op benzine of LPG. In combinatie met een unieke software kunnen er optimale emissies en rijeigenschappen bereikt worden. De Nederlandse producent Prins Autogassystemen in Eindhoven heeft de naam VSI-DI als merknaam geregistreerd.
    ==LPG en hoge brandstofprijzen==

    In de zomer en het najaar van 2005 begon LPG steeds populairder te worden, wat een rechtstreeks gevolg van de stijgende brandstofprijzen was, omdat de prijs van benzine binnen korte tijd veel toenam, terwijl de prijs van LPG gelijk bleef. De installateurs van de LPG-installaties werkten zelfs met wachttijden, omdat ze niet aan de vraag konden voldoen.

    Het inbouwen van een LPG-installatie kost tussen € 1.000 en € 2.700. Afhankelijk van inbouwkosten, motorrijtuigenbelasting en benzine/LPG-prijs, is het bij ongeveer 10.000 km/jaar al voordeliger om op LPG te rijden. Bij aanschaf van een tweedehands-auto op LPG ligt deze afstand aanzienlijk lager omdat de inbouw van de LPG-installatie al is afgeschreven.

    Motoren van oudere auto’s welke niet geschikt zijn voor loodvrije benzine, kunnen niet langdurig op LPG lopen. Hier moet loodvervanger aan de benzine worden toegevoegd of er moeten klepzittingen van hard staal (stellite of inconel) in de cilinderkop worden gemonteerd.

    Een G3-status wordt enkel verleend op omgebouwde auto’s die qua benzineuitstoot voldoen aan emissienorm 94/12. Praktisch betekent dit dat alle auto’s vanaf 1 januari 1995 die omgebouwd zijn naar LPG in aanmerking komen voor de belastingkorting. Een G3-installatie is de combinatie van de auto jonger dan 1-1-1995 plus de technische eigenschappen van de gasinstallatie die een omgebouwde auto een G3-status kunnen geven.
    ==Explosiegevaar==

    Omdat LPG(-damp) in een bepaalde verhouding met lucht gemengd explosief is (zie explosiegrens), mogen tankstations met LPG in Nederland niet in de directe omgeving van woningen gebouwd worden. Het transport van LPG kan gevaar opleveren bijvoorbeeld per spoor. Zo ontplofte in juni 2009 een tankwagen met LPG in het Italiaanse Viareggio. Daarom probeert men dit transport te beperken.

    Uit onderzoek is gebleken dat LPG-tanks in auto’s dermate sterk zijn dat deze bij auto-ongelukken vrijwel nooit scheuren, in tegenstelling tot benzinetanks. Bovendien hebben LPG-tanks een voorziening die de gasstroom uit een gescheurde gasleiding afsluit. Een LPG-tank kan om veiligheidsredenen voor maximaal 80% gevuld worden. Hiervoor zorgt een extra veiligheidsventiel in de tank.

    In sommige ondergrondse parkeergarages zijn LPG-voertuigen, om veiligheidsredenen, niet toegelaten….

  • RSN wrote a new post, Mengselmotor, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Mengselmotor==
    De mengselmotor of Ottomotor is een specifieke uitvoering van de verbrandingsmotor waarbij de menging van de brandstof met de lucht plaats vindt voor de compressie. Bij een dieselmotor wordt de brandstof pas aan het einde van de compressie gemengd met de lucht. Een mengselmotor werkt volgens het Otto-proces, waarbij de verbranding geïnitieerd wordt door een ontsteking of vonk. De vorming van het brandbare mengsel gebeurt meestal buiten de verbrandingskamer. De term mengselmotor is ontstaan uit de behoefte om een onderscheid te maken met de dieselmotor. De brandstof voor een mengselmotor is meestal benzine. Daardoor wordt dikwijls foutief benzinemotor als synoniem gebruikt voor ottomotor of mengselmotor.

    ==Werkingsprincipe==

    Buiten de verbrandingsruimte wordt er een mengsel gevormd van een brandstof en lucht. Onder normale omstandigheden bevat lucht 80% stikstof (N2) en 20% zuurstof (O2). Door de aanwezige zuurstof is dit mengsel brandbaar. Het mengsel wordt in de verbrandingsruimte aangezogen door een onderdruk die daar ontstaat tijdens de inlaatslag. Na de inlaatslag volgt de compressieslag: het mengsel wordt gecomprimeerd. Na de compressie wordt het mengsel tot ontbranding gebracht door een vonk, dit zorgt voor een drukstijging die op zijn beurt een volumevergroting veroorzaakt. De volumevergroting vertaalt zich in de arbeidslag, in deze slag wordt er arbeid geleverd aan de omgeving, bijvoorbeeld aan een voertuig of een pomp. Bij het ontwerp van een klassieke mengselmotor wordt gestreefd naar een Carnot-proces.
    ==Brandstoffen==

    * Benzine
    * Kerosine
    * Bio-ethanol
    * LPG
    * Aardgas
    * Nitromethaan
    * Methanol

    ==Voor- en nadelen==

    Het belangrijkste nadeel van een mengselmotor is de beperking in de maximaal haalbare compressieverhouding, dit wegens klopgevaar. Voor benzine is dit maximaal 12:1. Dieselmotoren behalen een merkelijk hoger thermisch rendement omdat daar de compressieverhouding kan oplopen tot 40:1. Dit heeft als logisch gevolg dat een mengselmotor niet het zuinigste ontwerp is. Een tweede nadeel is, dat de brandstoffen licht ontvlambaar zijn en dus al verdampen bij lage temperaturen. Bij een buitentemperatuur van 10°C is er bij een LPG-motor reeds explosiegevaar. De brandstoftank van een mengselmotor wordt zwaar uitgevoerd. Een belangrijk voordeel van de mengselmotor is de lichtere uitvoering wat de kostprijs ten goede komt….

  • RSN wrote a new post, Wankelmotor, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Wankelmotor==
    De wankelmotor, genoemd naar zijn constructeur Felix Wankel, is een type verbrandingsmotor dat niet met cilinders en zuigers werkt, maar met een rotor van bij benadering driehoekige vorm welke in […]

  • RSN wrote a new post, Tweetaktmotor, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Tweetaktmotor==
    Een tweetaktmotor (ook: tweeslagmotor) is een zuigermotor (een type verbrandingsmotor) die arbeid levert bij elke neergaande beweging van de zuigers in de cilinders. Dit in tegenstelling tot een viertaktmotor waar de zuigers arbeid leveren bij elke tweede neergaande beweging.

    ==Algemeen principe==

    Ruwweg kan een tweetaktmotor met een viertaktmotor vergeleken worden. Met dit verschil dat wat bij een viertaktmotor gescheiden is in de tijd, bij een tweetaktmotor is gescheiden in de ruimte. Het carter neemt gedurende de helft van de tijd de rol over van de cilinderruimte. Dit geeft direct het nadeel van dit type motor weer: het carter kan niet gebruikt worden voor de smering. Men heeft andere smering nodig, onder andere mengsmering (mengen van brandstof met olie). Het voordeel van de tweetaktmotor is dat in dezelfde tijd meer arbeid verricht wordt. Het vermogen is voor dezelfde massa ook groter, of anders uitgedrukt (meestal belangrijker) een tweetaktmotor kan bij een kleinere massa hetzelfde vermogen leveren als een viertaktmotor.

    ==Toepassingen==

    Tweetaktmotoren op benzine worden veel toegepast bij voertuigen waarvan het vermogen belangrijker is dan het brandstofverbruik of indien eenvoudiger onderhoud gewenst is: als aandrijving van racemotoren, racekarts, crossmotoren, brommers, buitenboordmotoren, grasmaaiers en dergelijke. Bij deze toepassingen wordt wat smeerolie door de brandstof gemengd (mengsmering), omdat de inwendige delen van de motor niet over een eigen smeerolietoevoer beschikken.

    De meeste grote dieselmotoren die worden gebruikt voor aandrijving van zeeschepen werken eveneens volgens het tweetaktprincipe. Dit type motor wordt ook toegepast in o.a. aggregaten, dieselhydraulische en dieselelektrische locomotieven en is in de Verenigde Staten populair voor de aandrijving van vrachtauto’s.

    Tegenwoordig hebben bijna alle auto’s geen tweetakt- maar een viertaktmotor.

    ==Werking==
    ===Tweetaktbenzinemotor===
    De werking van een tweetaktmotor berust op hetzelfde principe als de vierslag- of viertaktmotor, maar het proces is anders. In plaats van vier ‘slagen’, heeft de tweetaktmotor maar twee ‘slagen’, waarin deze hetzelfde doet als de viertaktmotor.

    Bij een viertaktmotor wordt een mengsel van benzine en lucht in de cilinder gebracht (hiervoor wijkt de zuiger, die daarmee zijn aanvoerslag maakt). Het mengsel wordt samengedrukt (de compressieslag) door de zuiger, die hiervoor weer terug in de cilinder schuift. Dan is er een ontsteking die voor een explosie zorgt, die de zuiger wegduwt (die daarmee de arbeidsslag maakt). Tot slot worden de uitlaatgassen naar buiten gedreven door de zuiger die weer naar binnen komt (de afvoerslag).

    De tweetaktmotor heeft alleen maar een arbeidsslag en een compressieslag.

    De meeste tweetaktmotoren hebben geen kleppen maar een uitlaatpoort. Het instromen van de verse lucht geschiedt door middel van spoelpoorten onderaan de cilindervoering die in verbinding staan met de carburateur. Op het moment dat de zuiger zich bovenin de cilinder bevindt en deze naar beneden beweegt, zal op een gegeven moment de uitlaatpoort opengaan (ca. 30 graden voor bodem) en zullen door de zuiger zelf de spoelpoorten geopend worden. En steeds opnieuw wordt er benzine aangezogen.

    De spoelpoorten en uitlaatpoort dienen elkaar te overlappen qua opening (net zoals de klepoverlap bij een viertaktmotor). Dit ten behoeve van de koeling en de spoeling van de cilinder.

    Om een goede spoeling en koeling van de cilinder te krijgen moet de spoelluchtdruk hoger zijn dan de atmosferische druk (1 bara) (bar absoluut). Dit wordt bereikt door compressor (gas) te koppelen aan de uitlaat van de motor, zodat de spoelluchtdruk door middel van een luchtcompressor omhoog kan worden gebracht tot ca. 3 – 5 bar.

    Als de zuiger voorbij zijn onderste dode punt (ODP) is, worden in dezelfde krukstand (dus bijv. 20 graden na ODP) de spoelpoorten gesloten waarna de uitlaatpoort ook gesloten wordt. Nu kan de effectieve compressieslag beginnen.

    Het draaiende vliegwiel zal de zuiger verder doorbewegen waardoor compressie plaatsvindt en als de zuiger in het bovenste dode punt (BDP) is begint de verbranding van de brandstof.

    Over het algemeen zijn tweetaktmotoren even krachtig als viertaktmotoren met grotere cilinderinhoud, doordat bij hetzelfde aantal cilinders er twee keer zoveel arbeidsslagen (verbrandingen) plaatsvinden bij een gegeven toerental. Een tweetaktmotor is echter minder efficiënt met brandstof, dus het verbruik is hoger.

    De tweetaktmotoren op racemotoren, crossmotoren en brommers zijn zeer hoogtoerig. Zij hebben bovendien een veel smaller toerenbereik waarbinnen het maximale vermogen wordt ontwikkeld dan een viertaktmotor. Doordat deze powerband zo smal is, is het belangrijk dat de motor binnen dat toerental draait om optimaal te kunnen profiteren van het vermogen. Daardoor vergt een tweetaktmotor nauwkeuriger schakelen.

    De powerband wordt voor een groot deel beïnvloed door de uitlaat. Daardoor moet de uitlaat van een tweetaktmotor aan speciale eisen voldoen. Op de meeste moderne tweetaktmotoren zit een expansie-uitlaat. Deze uitlaat veroorzaakt een drukgolf die tegendruk biedt aan de motor waardoor er minder onverbrand mengsel weg kan lekken. Vroeger werden er uitlaten met schotten gebruikt om tegendruk te creëren; deze werken echter minder goed dan een expansie-uitlaat.

    De terugloopuitlaat die vaak op scooters zit, is ook een expansie-uitlaat en het teruglopen van de demper is er alleen omdat de uitlaat anders te ver uit zou steken. Het teruglopen biedt verder geen extra vermogen.

    Tweetaktmotoren komen op motorfietsen steeds minder voor, omdat ze veel slechter voor het milieu zijn doordat ze olie verstoken. Doordat er doorgaans geen kleppen zijn, kan er ook nog goed brandstofmengsel via de uitlaat weglekken. Zo is in de bekendste motorwegwedstrijdklasse, de MotoGP (MotoGrandPrix) de regel ingevoerd dat een tweetakt maximaal 500 cc cilinderinhoud mag hebben en een viertakt maximaal 990 cc. In 2007 is dit teruggevoerd van 990 cc naar 800 cc motoren. Daarom is er op dit moment geen MotoGP-team meer die een tweetaktmotor gebruikt omdat een viertakt 800 cc het wint van een tweetakt 500 cc.

    Bij bromfietsen zijn benzine-injectietechnieken in opkomst. Door deze technieken wordt het verbruik van olie ook verminderd; ze worden echter nog niet op grote schaal toegepast op motoren met een grotere cilinderinhoud. Wel wordt er nog wat onderzoek naar gedaan, maar het lijkt er op dat tweetakt in de niet al te verre toekomst onmogelijk zal worden en dus zal verdwijnen. Nu al zijn moderne Aprilia RS125-motoren “geknepen” om aan de emissie-eisen te voldoen. In 2001 stopte de productie van RS250-motoren omdat Aprilia geen mogelijkheden meer zag om deze motor aan de emissie-eisen te laten voldoen.

    Ook wordt het gewichtsverschil tussen viertakt- en tweetaktmotoren steeds kleiner. Dit is duidelijk te zien in de motorcross-sport waar nog steeds tweetaktmotoren worden gebruikt vanwege het lagere gewicht. Veel rijders stappen over op viertakt omdat het gewichtsverschil steeds kleiner wordt, omdat een viertaktmotor een bredere powerband heeft en vanwege de grotere kracht bij lage toerentallen.

    ===Tweetakt dieselmotor===

    Tweetakt dieselmotoren komen vooral voor in vrachtwagens, schepen, elektriciteitscentrales en diesellocomotieven. Meestal zijn deze motoren op schepen langzaamlopers. Ze zijn krachtig en kunnen het schip snel en goed voortbewegen bij relatief lage toerentallen (95-300 omwentelingen per minuut). Tweetaktmotoren met zware stookolie als brandstof kunnen tot 100 MW (ca. 130 000 pk) aan vermogen leveren.

    De brandstoftoediening van een grote tweetaktdieselmotor geschiedt (op ‘oudere’ modellen) met een hogedruk brandstofpomp die aangedreven wordt door de nokkenas. Maar met de laatste technologieën, zoals common-rail, wordt de brandstof onder constante hoge druk gehouden (tot 1000 à 2000 bar – voor een goede menging met de lucht in de cilinder) en ingespoten door het openen van een hydraulische klep. Zo kan de tijd van inspuiting precies geregeld worden en kan – indien nodig – één of meerdere cilinders helemaal afgesloten worden van de motor.

    De Duitse firma Junkers maakte in de 1930-er jaren tweetaktdieselmotoren voor gebruik in vliegtuigen; tot in de 21ste eeuw maken deze indruk met hun zeer hoog rendement. Zoals vele scheepsdiesels hadden ze dubbelwerkende cilinders, d.w.z. in elke cilinder zaten twee zuigers die in tegenfase bewogen. Dit principe wordt terug toegepast, op kleine schaal weliswaar, in een Engelse motor….

  • RSN wrote a new post, Viertaktmotor, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Viertaktmotor==

    Een viertaktmotor is een zuigermotor waarbij de krukas twee complete omwentelingen maakt voordat deze weer in de uitgangstoestand terugkeert. De viertaktmengselmotor of -Ottomotor is uitgevonden door Nicolaus Otto in 1876. Voor de verbranding is een ontsteking nodig die geleverd wordt door de bougie. Bij de viertaktmotor van Rudolf Diesel, de dieselmotor, ontsteekt het gas/luchtmengsel spontaan door de warmteontwikkeling, die ontstaat doordat met een veel hogere compressie wordt gewerkt.

    ==Vermogen==

    Theoretisch is het vermogen van een viertaktmotor de helft van een verder vergelijkbare tweetaktmotor, doordat er bij vier zuigerslagen slechts één arbeidsslag is. De spoeling van de viertaktmotor is echter vollediger, waardoor de cilindervulling beter is dan bij een tweetaktmotor. Hierdoor kan er meer brandstof in de cilinder worden verbrand, zodat er per arbeidsproces meer arbeid wordt geleverd dan door de tweetaktmotor. Het

    ==Verschil met tweetakt==

    De tweetaktmotor heeft op iedere twee zuigerslagen een arbeidslag en lijkt daardoor efficiënter. Omdat de viertaktmotor een kleppenmechanisme nodig heeft, maar voornamelijk omdat hij twee maal zoveel slagen verricht, is deze ook nog eens zwaarder dan een tweetaktmotor van vergelijkbaar vermogen. Maar bij efficiëntie spelen meer factoren een rol.

    Door het kleppenmechanisme is de viertaktmotor ingewikkelder om te maken. Het verbruik is echter lager. De uitlaatgassen zijn milieuvriendelijker dan bij tweetaktverbranding, wegens de smeringproblemen van de tweetaktmotor. Het geluid van een viertaktmotor kan makkelijker gedempt worden dan bij tweetaktmotoren, die bij toenemende demping sterk aan rendement verliezen (resonantie in de uitlaat is een belangrijk element bij hun werking).

    ==Werking==
    De vier slagen zijn:

    1. inlaatslag: de inlaatklep opent iets voor het bovenste dode punt (BDP), nog tijdens de uitlaatslag. Zowel de inlaat- als de uitlaatklep zijn nu geopend. Tijdens deze spoelperiode daalt de druk van iets boven de atmosferische druk p naar iets onder de atmosferische druk in het geval van een zelfaanzuigende motor. Door gebruik te maken van drukvulling kan deze druk omhoog worden gebracht. Nadat de uitlaatklep gesloten is, wordt de cilinder gevuld met de aangezogen lucht in het geval van een dieselmotor en bij een mengselmotor met het mengsel van lucht en brandstof;
    2. compressieslag: iets na het onderste dode punt (ODP) sluit de inlaatklep en begint de compressie van de lucht of het mengsel, waardoor de druk en temperatuur sterk stijgen. Vlak voor het einde van deze compressieslag begint bij een diesel de brandstofinspuiting. Na een korte inspuit- en ontstekingsvertraging verbrandt de brandstof spontaan. Er volgt een onbeheerste verbranding met een snelle druk- en temperatuursstijging. Ondanks dat de inspuiting voortduurt, neemt de drukgradiënt af, doordat het luchtoverschot afneemt, zodat er een gedeeltelijk beheerste verbranding plaatsvindt. Bij een mengselmotor vindt de verbranding niet spontaan plaats, maar deze wordt ontstoken;
    3. arbeidsslag: vlak na het begin van de arbeidsslag stopt bij een dieselmotor de brandstofinspuiting. Er vindt nu een naverbranding plaats van de resterende brandstof. Door het toenemende volume neemt de druk af, maar door de verbranding ligt deze hoger dan de compressiedruk;
    4. uitlaatslag: vlak voor het einde van de arbeidsslag opent de uitlaatklep, waardoor de druk daalt tot iets boven de atmosferische druk waarmee de uitlaatgassen uit de cilinder worden verdreven tijdens de uitlaatslag. Aan het einde hiervan begint het proces opnieuw….

  • RSN wrote a new post, Motor, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Motor==
    Een motor (Latijn voor beweger) is een machine die bepaalde soorten energie omzet in bewegingsenergie. Meestal betreft het een ronddraaiende beweging, maar lineaire bewegingen zijn ook mogelijk.

    ==Opdeling==
    Er wordt onderscheid gemaakt aan de hand van de vorm van energie die aangevoerd wordt. Zo zijn er:

    * Elektrische motoren die gebruikmaken van elektromagnetische energie.
    * Warmtemotoren die gebaseerd zijn op thermodynamische wetten. Bij deze motoren gebeurt de omzetting door temperatuurverschillen. Deze kunnen er zowel uitwendig zijn (bvb. de Stirlingmotor) of door inwendige verbranding veroorzaakt worden. De verbranding op zijn beurt is dan een omzetting van chemische energie naar warmte-energie.
    * Stromingsenergie kan gebruikt worden om een rad of een turbine aan te drijven.
    * Een stoommachine is, volgens bovenstaande definitie, ook een motor, maar wordt niet zo genoemd. Dat komt waarschijnlijk doordat het woord ‘motor’ pas werd ingevoerd toen de stoommachine al bestond.

    ==Voorbeelden==
    * Hydromotor
    * Gasturbine
    * Persluchtmotor
    * Elektromotor
    * Rubbermotor (zie Modelvliegtuig)
    * Raketmotor
    * Straalmotor
    * Veermotor
    * Wankelmotor
    * Viertaktmotor
    * Tweetaktmotor
    * Dieselmotor
    * Mengselmotor…

  • RSN wrote a new post, Ledlamp, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Ledlamp==

    Een ledlamp is een vorm van solid state lighting (SSL), opgebouwd uit een groep van leds (licht-emitterende diodes). De karakteristieken van de toegepaste leds in de lamp bepalen samen met de stralingshoek de lichtstroom, lichtsterkte en kleurweergave.

    ==Wit licht==

    Wit licht in ledlampen werd oorspronkelijk gemaakt door met behulp van een UV-led een fluorescerende laag (‘fosfor’) te belichten. Inmiddels zijn er ook varianten die direct wit licht uitstralen. Om zacht wit licht te krijgen worden weer andere stoffen gebruikt die een warm-witte kleur emitteren, zoals goud.

    ==Model==

    Ledlampen komen in verschillende modellen voor waaronder de vorm van een gewone gloeilamp met eventueel een grote Edison-fitting (E27). Er zijn ook andere modellen met een kleine Edison-fitting (E14), GU5.3-steekvoet (bipin voet) of GU10-bajonetvoet.

    Bij ledlampen zijn de lichtstroom (in lumen), de lichtsterkte (in candela) en de stralingshoek (in graden) gerelateerd.
    [bewerken] Stralingshoek

    Bij een kleinere stralingshoek wordt de lichtsterkte (helderheid) groter terwijl de lichtstroom (hoeveelheid licht) niet verandert.

    Bijvoorbeeld: een 4000 mcd 30° led straalt net zoveel licht af als een 1000 mcd 15° led. De stralingshoek is gehalveerd in zowel de breedte als de hoogte, de lichtsterkte is daarmee viermaal zo sterk. Zie ook MR16.

    ==Lichtstroom==

    Lichtstroom is een maat voor de hoeveelheid energie die een lichtbron in alle richtingen uitzendt. De eenheid van lichtstroom is de lumen. De lichtstroom van een gloeilamp van 40 watt is b.v. 300 lm .

    ==Lichtsterkte==

    De verlichtingssterkte van een lichtbron is de hoeveelheid licht die de bron afgeeft. Deze wordt voor leds uitgedrukt in millicandela (mcd). 1000 millicandela is gelijk aan 1 candela. De lichtsterkte is b.v. 590.000 mcd.

    ==Voordelen==
    ===Levensduur===

    Een ledlamp kan theoretisch ongeveer 50.000 branduren meegaan (een normale gloeilamp werkt gemiddeld 1.000 branduren, een spaarlamp tussen de 5.000 en 10.000 branduren afhankelijk van het merk). In de praktijk blijkt een ledlamp 20.000 tot 40.000 branduren mee te gaan, vooral de eerdere modellen uit 2005-2007 kennen vroegtijdig uitval, anno 2009 zijn deze kinderziektes zo goed als verholpen. De lichtterugval in de lichtopbrengst over de gehele termijn is minder dan 30%. Een ledlamp wordt nauwelijks warm en is tril- en schokbestendig. Daarentegen kunnen de gloei- en spaarlamp de warmte die ze genereren verdragen, dit in tegenstelling van de ledlamp die niet tegen te hoge temperaturen kan. Dit is de reden dat momenteel verkrijgbare ledlampen die equivalent zijn aan bijv. de 60W gloeilamp altijd een aluminium koellichaam hebben om de warmte van de leds af te leiden. Een ledlamp kan goed tegen snel in- en uitschakelen. Ledlampen konden tot voor kort niet gedimd worden, maar de eerste dimbare modellen zijn inmiddels op de markt.
    ===Energieverbruik===

    De huidige ledlamp geeft zo’n 50% van z’n opgenomen energie af in licht. Bij een spaarlamp is dit zo’n 35% en bij een gloeilamp 10%. De rest wordt afgegeven in warmte aan de omgeving.
    ===Inschakeltijd===

    Bij een spaarlamp kan het 10 tot 50 seconden duren voordat de lamp de volledige lichtopbrengst geeft. Ledlampen hebben hiervoor slechts één seconde nodig.
    ===Ledlampen voor in de auto===

    Naast ledlampen voor in huis zijn er tegenwoordig ook led-vervangingslampen voor in de auto. Ook deze gaan vele malen langer mee en worden niet warm.

    Ledlampen in auto’s verhogen daarnaast de veiligheid in het verkeer: de kans op een kapotte lamp is vele malen kleiner. [5]

    ==Nadelen==

    Ledlampen zijn duur in aanschaf. Ze verdienen zichzelf gelukkig wel binnen een paar jaar terug.

    Ledlampen produceren nogal fel licht en het wordt daarom ook afgeraden om direct in een ledlamp te kijken.

    Ook hadden ledlampen enkele jaren geleden een kleinere stralingshoek, waardoor ze ongeschikter werden bevonden om bijvoorbeeld een hele ruimte te verlichten. Tegenwoordig zijn er volop ledlampen te koop met een stralingshoek van 360°.

    Het grootste nadeel van ledlampen is ongetwijfeld de kleurtemperatuur; deze werd als koud en niet sfeervol bevonden. Tegenwoordig (medio 2009) zijn er wel warm witte en extra warm witte ledlampen verkrijgbaar. Let dus bij aanschaf op de kleur temperatuur. 2600-2800K is extra warm-wit zoals een gloeilamp of halogeen spot. 2800-3200K is normaal warm-wit zoals een goedkope spaarlamp. 3200-4000K is neutraal wit zoals op het kantoor en in winkels. 4000K en hoger is koud-wit: zoals een TL buis.

    Ook de kleurweergave-index, die aangeeft of alle kleuren -bij verlichting door een lichtbron- op een natuurlijke manier worden weergegeven is bij ledlampen nog niet altijd optimaal, er zijn veel goedkope lampen op de markt met een incompleet kleuren spectrum. Voor de acceptatie van ledverlichting bij gebruik binnenshuis is dit een belangrijke factor.
    [bewerken] Onderzoek

    Met nano-imprint lithography wordt het lichtgevende oppervlak van het polymeer vergroot. Er wordt onderzoek gedaan naar het verhogen van het productietempo.[6]
    ==Toekomst==

    Dankzij de lage kosten en lange levensduur zullen ledlampen in de nabije toekomst waarschijnlijk veel van de andere lampsoorten gaan vervangen. Anno 2009 kunnen ledlampen de minder zware types halogeenlampen, gloeilampen en TL-lampen vervangen zonder verlies in lichtopbrengst en in lichtkleur. In de komende jaren zullen ook zware lampen (meer dan 60 watt) vervangen kunnen worden door ledlampen.

    Steeds meer steden gaan over op ledverlichting. De besparingen op energie en onderhoud zorgen er met de huidige generatie ledlampen voor dat investeringen snel kunnen worden terugverdiend. Amersfoort, Breda en Kampen zijn enkele voorbeelden maar ook een wereldstad als Rome.[7]…

  • RSN wrote a new post, Halogeenlamp, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Halogeenlamp==
    Een halogeenlamp is een gloeilamp waarbij de ballon gevuld is met een inert gas onder hoge druk. Aan dit gas wordt een kleine hoeveelheid halogeen (broom of jodium) toegevoegd, waaraan de lamp zijn naam ontleent. Een halogeenlamp heeft een hoger rendement (lichtopbrengst per hoeveelheid toegevoerde energie) en een langere levensduur dan een gewone gloeilamp. Het principe van levensduurverlenging door toevoeging van halogenen berust op het Van Arkel-de Boerproces.

    Het overgrote deel van de aan een gloeilamp toegevoerde elektriciteit wordt niet omgezet in licht (het zichtbare deel van het elektromagnetisch spectrum), maar in onzichtbare warmte (het onzichtbare deel van het elektromagnetisch spectrum). De verhouding tussen het zichtbare en het onzichtbare wordt voornamelijk bepaald door de temperatuur van de gloeidraad: hoe hoger de temperatuur, hoe groter het zichtbare deel wordt, dus hoe hoger het rendement. Bovendien wordt het licht witter.

    ==Problemen==

    De levensduur van de lamp stelt echter een grens aan de temperatuur. Het metaal van de gloeidraad verdampt in de loop van de tijd. Als er door fluctuaties in de verdamping een dunne plek in de gloeidraad ontstaat neemt de stroomdichtheid en de temperatuur ter plaatse toe. Dit vergroot weer de verdampingssnelheid op die plaats. Op den duur brandt de gloeidraad door. Dit gebeurt vanzelfsprekend eerder naarmate de temperatuur van de gloeidraad hoger is.

    Daar komt bij dat de metaaldeeltjes van de verdampende gloeidraad neerslaan op het lampglas. Dit wordt hierdoor donkerder, waardoor de lichtopbrengst minder wordt.

    In de halogeenlamp worden diverse principes gecombineerd om de levensduur van de gloeidraad te verlengen en de lichtopbrengst te verhogen. In de eerste plaats is de lamp gevuld met een inert gas onder hoge druk (> 20 atmosfeer). Dit gaat de verdamping van de gloeidraad tegen. Om zo’n hoge druk te kunnen weerstaan moet de ballon van de lamp echter zeer klein zijn. Dat schept twee problemen: ten eerste wordt het lampglas zeer heet, en ten tweede wordt de lampballon – ondanks de gereduceerde verdamping – toch nog snel zwart. Voor de lampballon wordt dan ook een speciaal hittebestendig kwartsglas gebruikt. Aan het inerte gas wordt voorts een kleine hoeveelheid halogeen (gewoonlijk broom) toegevoegd. Het halogeen reageert met de metaaldamp en vormt een halogenide. Deze verbinding slaat niet neer op de glazen ballon zolang die heet genoeg is (> 250 °C). Bij veel hogere temperatuur, zoals die van de gloeidraad, ontleedt de verbinding in metaal en halogeen.

    Door het inerte gas onder hoge druk, gecombineerd met deze zelf-reparatie zouden halogeenlampen een zeer veel langere levensduur kunnen hebben dan gloeilampen, maar het is economischer om ze op een hogere temperatuur te laten werken zodat ze meer (en witter) licht geven.

    Halogeenlampen worden veel heter dan conventionele gloeilampen. Als men ze bij het verwisselen met de vingers beetpakt kunnen hierdoor organische resten (vette vingers) op de lamp komen die dan bij het branden door verkoling bruine vlekken geven. Deze donkere resten zorgen voor een grotere verhitting van de lamp die de levensduur sterk verkort.

    ==Laagspanningshalogeen==

    Naast de, vaak buisvormige, 230 V-halogeenlampen is vooral de kleine laagspanningshalogeenlamp (12 V) populair geworden. Bij dit type worden de bovenstaande maatregelen om de gloeidraad te sparen gecombineerd met nog een derde principe: een lamp die op lage spanning werkt heeft (bij hetzelfde vermogen) een veel dikkere gloeidraad. Daardoor gaat hij vanzelfsprekend langer mee, of hij kan heter gemaakt worden bij dezelfde levensduur. (Dit geldt overigens voor alle laagspanningslampen, dus niet alleen voor halogeenlampen.)

    Door dit principe te combineren met bovenstaande ontstaat een zeer klein lampje met een korte, dikke, gloeidraad dat nog iets rendabeler is en nog iets witter licht geeft. Nadeel is dat er (bij voeding uit het lichtnet) altijd een transformator of schakelende voeding nodig is, met de daaruit volgende energieverliezen.

    Een belangrijk voordeel van dit type lamp is dat hij zo klein is; het licht is gemakkelijk te bundelen. Typen met een ingebouwde (efficiënte) reflector zijn volop te koop. Ze zijn goed geschikt als leeslamp of

    ==HIR==

    In 2003 kwamen de eerste halogeenlampen op de markt met HIR-technologie (Halogen Infra Red). Dit zijn altijd laagspanningslampen met ingebouwde reflector. De reflector weerkaatst de infrarode warmtestraling terug naar de gloeidraad, en helpt zo mee om de temperatuur van de draad hoog te houden; de warmtestraling wordt als het ware “hergebruikt”. Het rendement van dit type is dan ook aanzienlijk hoger (tot ca. 40 lm/W)

    ==Cijfers==

    Voor een normale gloeilamp wordt als beste compromis een temperatuur van ca. 2500 °C (2800 kelvin) aangehouden, wat een levensduur geeft van ca. 1000 uur.

    Bij een laagspanningshalogeenlamp wordt een temperatuur van ca. 2900 °C (3200 K) aangehouden. Dat betekent een hoger rendement: ca. 15 à 20%. De nieuwste lampen met HIR-technologie komen op ca. 30%. Ter vergelijking: het rendement van een spaarlamp is ca. 40%, van een tl-buis 65%.

    ==Standaard==

    * De ANSI heeft voor halogeenlampen diverse standaards uitgegeven waaronder de MR16, MR11 en MR8.
    * De IEC geeft voor de halogeen voeten zoals de bipinvoet en de bajonetvoet de normering af….

  • RSN wrote a new post, Replica, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    Een replica is een nauwkeurig nagemaakte kopie van een voorwerp.

    Zo worden er replica’s van archeologica, schilderijen, beeldhouwwerken, auto’s en historische gebouwen gemaakt. Replica’s van kunstvoorwerpen worden getoond, omdat het originele voorwerp op een speciale manier moet worden bewaard. Dit is dan te kostbaar of te kwetsbaar om te tonen. Een voorbeeld zijn de rotstekeningen van Lascaux. Grote bouwwerken die bij bijvoorbeeld militaire conflicten verloren gingen worden soms ook als replica’s herbouwd, zoals het Birmese Mandalaypaleis.

    Replica’s van apparaten van historisch belang worden vaak gemaakt om ze ten toon te stellen, omdat het oorspronkelijke voorwerp verloren is gegaan of niet beschikbaar is. Zo bevinden zich in een luchtvaartmuseum replica’s van de eerste vliegtuigen. Ook van het VOC-schip de Batavia is een replica gemaakt.

    Musici die oude muziek op een authentieke wijze willen uitvoeren, gebruiken wel replica’s van oude instrumenten, bijvoorbeeld van een viola da gamba, een fortepiano of een klavecimbel.

    Soms worden replica’s gemaakt als “eerbetoon” aan de prestaties van een bepaald persoon, bijvoorbeeld een auto- of motorcoureur. Er worden zowel replica-motorfietsen van bekende racemotoren als ook replica-helmen verkocht….

  • RSN wrote a new post, Kitcar, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Kitcar==
    Kitcars zijn auto’s die naast kant en klaar ook als bouwpakket verkocht worden en door de koper kunnen worden samengebouwd naar eigen smaak en inzicht. Groot-Brittannië heeft een bloeiende kitcar-industrie. Er zijn vele fabrikanten van kitcars. De bouwers verschillen in grote mate in professionaliteit.

    Begin 1990-er jaren hebben een groot aantal fabrikanten in Groot-Brittannië zich verenigd in een vakvereniging. Deels om het negatieve imago van de kitcar op te poetsen, deels om te voorkomen dat de alsmaar strengere wetgeving het onmogelijk zou maken om nog wagens op die manier te bouwen en ermee op de openbare weg te mogen rijden, deels om het kaf van het koren te scheiden. De kwaliteit van de gebouwde kitcars is met name de laatste 10 jaar enorm verbeterd en nieuwere officieel toegelaten kitcars zijn over het algemeen veilig en goed geconstrueerd door de strenge Engelse toelatingseisen.

    In Groot-Brittannië kunnen zelfgebouwde auto’s in het verkeer gebracht worden na een speciale keuring, SVA genoemd. In andere landen van Europa is dit veel moeilijker of zelfs onmogelijk. Dit heeft geleid tot een nieuwe “industrie” van import/export. Een wagen die in GB met geldige papieren tot het verkeer toegelaten is kan geëxporteerd worden naar gelijk welk Europees land en daar dan op een administratieve manier in het verkeer gebracht worden in plaats van een technische keuring. Deze procedure is echter geen sinecure, het valt aan te raden vooraf zich goed te beraden op zulke plannen. Er zijn in Nederland enige bedrijven gespecialiseerd op dit gebied.

    Ook zijn er in Nederland door de groeiende populariteit enige kitcarclubs ontstaan, een algemene kitcarclub en zelfs enkele clubs die toegespitst zijn op bepaalde merken/types kitcars.

    Kitcars kan men ruwweg indelen in een viertal categorieën:

    ===Replica’s van vroegere auto’s===
    Voorbeelden hiervan zijn een dozijn kopieën van de AC Cobra en de Lotus Seven, maar ook van raceauto’s, zoals Jaguar en Austin-Healey’s uit de jaren ’50, de Ford GT40, de Ferrari P4, Porsche 910, de Lancia Stratos en dergelijke wagens zijn kopieën te vinden.

    ===Track-day racewagens===

    In Groot-Brittannië en in mindere mate in andere landen zijn zogenaamde track day’s populair: Het circuit wordt voor een dag afgehuurd en amateurracers maken dan een aantal ronden met eigen auto’s. Voor dit doel worden ook kitcars gemaakt, die daardoor meestal minder geschikt zijn voor dagelijks gebruik. Vooral de Lotus Seven-afgeleiden zijn erg populair op het circuit.

    ===Retro-stijl===

    Een aantal fabrikanten heeft zich gericht op meer “klassieke” stijl van wagens. Meestal zijn dit auto’s die qua styling gebaseerd zijn op de jaren ’30, veelal sportwagens, hoewel het sportieve aspect hier van minder belang is. Andere aanbieders in dit segment maken wagens die eerder bedoeld zijn als ceremoniewagens of voor promotionele doeleinden zoals bestelwagens uit de jaren twintig.

    ===Originele ontwerpen===

    Hoewel deze vorm van kitcars minder voorkomt, omdat het ontwikkelen van een nieuw model eenmaal duur is, kan men in de kitcar-industrie ook originele ontwerpen aantreffen. Merken als Ultima, Dakar, GTM zijn hier een voorbeeld van.

    Er zijn ook kitcarmodellen die meerdere van deze categorieën overlappen.

    De meeste kitcars hebben een eigen uit gelaste buis gevormd chassis of monocoque. Motorisch leunen ze bijna altijd op andere fabrikanten. Zo worden vaak Ford-krachtbronnen gebruikt maar ook motorfietsmotoren zijn populair.

    Kitcars worden ook wel gebouwd op een bestaand onderstel, zoals de Citroën 2CV, Land Rover, en Volkswagen Kever. Dit type kitcar is in Nederland zeer populair vanwege het gemak waarmee men deze eigenbouw wagens via de RDW van geldige kentekenpapieren kan laten voorzien. Kitcars met de Citroën 2CV als basis worden onder zes merknamen en in meerdere uitvoeringen geleverd in talloze variaties waaronder ook driewielige modellen. Ze zijn vanwege hun prijs en bouwgemak buitengewoon populair….

  • RSN wrote a new post, Xenonlamp, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Xenonlamp==
    Een xenonlamp is een gasontladingslamp waarin een lichtboog wordt opgewekt in het onder hoge druk staande gas xenon. Daardoor ontstaat een bijna puntvormige lichtbron met een hoge luminantie. Naast een bijna continu spectrum aan zichtbaar licht, bevat de uitgezonden straling bij xenonlampen ook UV-straling. Er zijn xenonlampen met een vermogen van 50W tot 15kW.

    ==Toepassingen==
    Xenonlampen hebben vele toepassingen ,zoals:

    * Sterilisatielampen of bacteriële lampen die operatiezalen steriliseren. Deze booglampen zijn een ideale bron van korte golflengte ultraviolet straling.
    * Elektronenbuizen
    * Stroboscopen
    * Elektronenflitsers, Xenon worden gebruikt in lampen zoals xenon flitslamp, die gebruikt worden in fototoestellen en stroboscopen.
    * Lasers.
    * Fotokopieermachines. De lichtbron in een fotokopieermachine is ook een xenonlamp.
    * Ionenmotor. In de ruimtevaart wordt xenon gebruikt als pulsgenerator in ionenmotoren, die licht uitstralen. De ionenmotor is voor het eerst uitgebreid getest door het onbemande ruimtevaartuig Deep Space 1. Deep Space 1 werd door NASA op 24 oktober 1998 gelanceerd en was primair bedoeld om een aantal nieuwe ruimtevaarttechnologieën te testen, waaronder de ionenmotor. Aan het eind van de missie was de snelheid van Deep Space 1 dankzij de ionenmotor met 4,5 kilometer per seconde toegenomen, na verbruik van slechts 81,5 kilogram brandstof. Met een conventionele raketmotor zou met dezelfde hoeveelheid brandstof slechts een tiende van die versnelling zijn bereikt. De Europese Astra 2A satelliet, die televisiesignalen doorzendt, is voorzien van een ionenmotor.

    * Automobiel, HID-lamp. Deze lampen geven een tot 3 maal beter zicht dan conventionele halogeenlampen. Sinds 1991 wordt de xenon gasontladingslamp in de automobielsector als xenonlicht aangeboden: Eerst in de BMW 7 serie, vooreerst enkel als nachtlicht, sinds 2001 echter ook als verstraler in zogenaamde Bi-Xenon-Schijnwerper.
    * Zonnesimulatoren, Continue korte boog, hoge druk Xenonlampen hebben een kleurtemperatuur die zeer dicht ligt bij zonlicht op de middag. En worden daarom gebruikt in zonne simulatoren. De chromaticiteit van deze lampen benadert het sterkst een zwarte straler die een temperatuur heeft zoals de zon.

    * Filmprojectielampen. Xenon korte boog lampen werden uitgevonden in 1940 in Duitsland en geïntroduceerd op de markt in 1951 door Osram. Eerst gelanceerd in de 2 kW grootte (XBO2001). Deze lampen begonnen de koolstofbooglampen te vervangen in filmprojectoren omdat ze een veel langere levensduur hebben. Ze worden gebruikt in typische 35mm en IMAX filmprojectiesystemen
    * Nachtkijkers. Deze booglampen stralen zeer sterk in het nabije infrarood, welk wordt gebruikt in sommige nachtkijker systemen.
    * Plasmascherm. De individuele cellen in een plasmascherm gebruiken een mengeling van xenon en neon dat omgezet wordt in een plasma door middel van elektroden. De interactie van dit plasma met de elektroden genereert ultraviolette fotonen, die een fosfor coating exiteren aan de voorkant van het scherm.

    Xenon wordt ook gebruikt als “starter gas” in natriumlampen. Het heeft de laagste thermische geleidbaarheid en het laagste ionisatie potentieel van al de niet-radioactieve edelgassen. Daar het een inert of edelgas is reageert het niet met de chemische reacties die plaatsgrijpen in de lamp. De lage thermische geleidbaarheid minimaliseert warmteverliezen, en het lage ionisatie potentieel zorgt ervoor dat de doorslagspanning van het gas relatief laag is in koude toestand, waaroor de lamp gemakkelijk kan aangestoken worden….

  • RSN wrote a new post, Bougie, on the site Autowiki 9 years, 8 months ago

    ==Bougie==
    Een van de belangrijkste onderdelen van het ontstekingssysteem van een mengselmotor is de bougie (letterlijk: kaars) of ontstekingskaars.

    ==De geschiedenis==
    In 1876 vindt de Belg Etienne Lenoir de bougie uit met elektrische ontsteking, die zeer dicht ligt bij hetgeen men vandaag verstaat onder elektrische ontsteking met bougie. Hij integreerde de vonkinductor van Heinrich Daniel Ruhmkorff, vaak als Ruhmkorff-inductor aangeduid.

    De ontsteking van een mengsel brandstof en lucht door een vonk werd beschreven door de Italiaanse natuurkundige Volta in 1777, daarna door Isaac de Rivaz voor een motor met inwendige verbranding in 1807.

    Robert Bosch vond de hedendaagse bougie uit in 1903. Voordien werden gloeispiralen en zelfs lappen stof gebruikt om het lucht/brandstof mengsel in een verbrandingsmotor tot ontsteking te brengen. Er zijn ook een aantal patenten die een soortgelijk systeem hebben, maar Bosch maakte het systeem met de bobine in 1903 compleet.

    ===Onderdelen===

    Een bougie bestaat uit drie delen:

    * het metalen bougielichaam met metrische schroefdraad en een zeskant, waaraan ook een of meer massa-elektroden bevestigd zijn;
    * een porseleinen isolator, gasdicht bevestigd in dit lichaam
    * een centrale elektrode met aan de bovenzijde een bevestigingspunt voor de bougiekabel.

    ===Werking===

    Het uiteinde van de centrale elektrode bevindt zich op een (door de fabrikant voorgeschreven) afstand van de massa-elektrode en over die afstand springt de vonk over. Wil men verzekerd zijn van een goede werking van de bougie, dan dienen de volgende drie punten in acht te worden genomen:

    * de elektrodenafstand
    * de warmtewaarde
    * de algemene toestand (kleur elektrode en porselein)

    Omtrent de elektrodenafstand valt op te merken, dat men deze regelmatig moet controleren en afstellen op de door de fabrikant aangegeven waarde (b.v. 0,6 mm). Een grotere afstand leidt tot een hogere ontstekingsspanning wat ten koste gaat van de vonkduur (tijd). Wat de algemene toestand van de bougie betreft, deze mag niet vervuild zijn door koolafzetting of loodresten (want dan wordt er een geleidende laag over de porseleinen isolator gevormd)….

  • Load More